Een eerste koopwoning bemachtigen is tegenwoordig een gigantische uitdaging voor starters. Zonder een stevig gevulde spaarrekening of financiële steun van ouders is de kans op succes miniem. Starters ervaren een enorme financiële drempel bij het kopen van een huis. Dit komt onder andere door de hoge eigen inbreng die nodig is om een hypotheek te krijgen. Dit bedrag ligt drie keer hoger dan acht jaar geleden, een direct gevolg van torenhoge huizenprijzen en aangescherpte leenregels.
In 2016 konden starters nog wegkomen met een eigen inbreng van gemiddeld 34.805 euro. Sindsdien zijn de huizenprijzen geëxplodeerd, en de overheid heeft regelgeving aangescherpt waardoor extra lenen lastiger is geworden. Hierdoor zijn jongeren genoodzaakt steeds meer eigen vermogen op tafel te leggen voordat ze überhaupt een hypotheek krijgen. Dat maakt het woningbezit voor velen een verre droom.
Naast de torenhoge bedragen waarmee starters geconfronteerd worden, is ook het gemiddelde hypotheekbedrag aanzienlijk gestegen. In slechts acht jaar tijd is het gemiddelde leenbedrag met veertig procent toegenomen en komt het in 2024 uit op een indrukwekkende 393.000 euro. Dit betekent dat een starter niet alleen meer eigen geld nodig heeft, maar zich ook dieper in de schulden moet steken om een huis te kunnen kopen.
Niet alleen jongeren kampen met deze stijgende kosten. Ook huizenkopers boven de 35 jaar moeten steeds meer eigen vermogen inbrengen. Dankzij de overwaarde op hun huidige woning kunnen ze dit echter gemakkelijker opbrengen. In deze leeftijdsgroep is de gemiddelde eigen inbreng gestegen van 80.038 euro in 2017 naar maar liefst 203.011 euro in 2024. Dit enorme verschil toont aan hoe cruciaal het bezit van een woning is geworden voor financiële stabiliteit.
De huidige woningmarkt maakt het voor starters extreem moeilijk om voet aan de grond te krijgen. Gemiddeld moet een starter in 2024 maar liefst 91.073 euro aan eigen geld inleggen om een woning te kunnen kopen. Spaargeld wordt een steeds belangrijkere factor in het bemachtigen van een huis, terwijl de kosten blijven stijgen. Dit zet starters zonder rijke ouders op een gigantische achterstand. De kloof tussen huiseigenaren en huurders wordt daardoor alleen maar groter, en zonder drastische veranderingen blijft kopen voor velen een onbereikbare droom.
Veel starters worden hierdoor gedwongen om langer te huren of terug te vallen op alternatieve woonopties. Samenwonen met vrienden, tiny houses of wonen in buitengebieden zijn voor velen de enige haalbare keuzes. Toch bieden deze oplossingen niet altijd de stabiliteit die een koophuis biedt. Een eigen woning blijft een symbool van financiële onafhankelijkheid en zekerheid, iets wat steeds moeilijker te bereiken is.
Naast de beperkingen door leenregels en hoge eigen inleg speelt de stijgende rente ook een rol. Lagere rentes maakten het in het verleden makkelijker om te lenen, maar die tijd is voorbij. Hogere maandlasten zorgen ervoor dat banken strenger zijn bij het toekennen van hypotheken, waardoor minder mensen een lening krijgen die groot genoeg is om de huidige huizenprijzen te dekken.
Politieke en economische factoren dragen ook bij aan de onbereikbaarheid van de woningmarkt. Gebrek aan nieuwbouw, stijgende bouwkosten en een groeiende bevolking zorgen ervoor dat het woningtekort alleen maar erger wordt. Hierdoor blijven prijzen stijgen en wordt het steeds moeilijker om een betaalbare woning te vinden, vooral in stedelijke gebieden.
Voor veel starters lijkt er voorlopig geen licht aan het einde van de tunnel. Zonder substantiële veranderingen in beleid of een correctie van de huizenmarkt blijft de toegang tot een eerste koopwoning een onmogelijke opgave voor een grote groep jonge huizenkopers. De vraag blijft hoe en wanneer deze situatie zal veranderen, en of starters ooit weer een eerlijke kans krijgen op de woningmarkt.
Bron: Munt Hypotheken